HISTORISCHE ACHTERGROND

BOTANISCHE ACHTERGROND

Botanische kruidpioenen groeien in Europa, Azië en Noord-Amerika. De houtpioenen worden vooral in Azie gevonden. Pioenen voelen zich thuis in een gematigd klimaat en om de mooiste bloemen te krijgen geven ze de voorkeur aan een serieuze portie vrieskou in de winter en een aangenaam zonnetje in de zomer.

Hun habitat is soort afhankelijk. In Europa wordt o.a. de "officinalis" pioen gevonden van de Alpen tot aan de Middellandse Zee. Maar er zijn ook pioenen in Griekenland en de Balearen. In Azië is een uitgebreide selectie aanwezig tussen het Himalaya gebergte en de Chinese kust. In Noord-Amerika, zijn enkele botanische soorten te vinden langs de Pacific Coast.

KRUIDPIOEN
Een kruidpioen is kruidachtig en heeft geen verhoute delen. Het is een vaste plant. Iedere lente verschijnen er nieuwe scheuten die uitgroeien tot een stevige plant. In de herfst vergaan de stelen en trekt de plant zich terug ondergronds. De meest bekende is waarschijnlijk P. officinalis “rubra plena” uit de hof van vroeger.
HOUTPIOEN
Houtpioenen hebben een houten structuur die overeenkomt met een struik. De houtachtige structuur blijft over in de winter. Ze bloeien vaak vroeger dan hun kruidige nichtjes. Nieuwe rassen hebben stevigere stelen, de bloemen worden mooi boven het gewas gedragen en vragen in tegenstelling tot de meeste klassieke cultivars geen ondersteuning.
ITOH PIOEN
Een "Itoh" of intersectionale pioen is een kruising tussen een houtpioen en een kruidpioen. Het loof, de bloemen en de wortels onthullen haar afkomst van de houtpioen, maar de groeiwijze is deze van de kruidpioen. Itoh pioenen blijven boeien tot in de late herfst.
NL | EN | FR | DE | NIEUWSBRIEF | facebook-1716